Een evolutionair systemische visie
Anders zijn, anders denken en anders voelen begint niet bij het individu alleen. Neurodiversiteit begint bij het leven zelf. In levende systemen is variatie geen uitzondering. Het is de voorwaarde voor overleving. In elke menselijke groep – vroeger en nu – bestond verschil in aandacht, gevoeligheid, tempo, verbeeldingskracht, sociale afstemming en analytisch vermogen. Dat is geen afwijking van de natuur. Dat ís de natuur. Neurodiversiteit betekent: menselijke breinen verschillen van elkaar, zoals ecosystemen verschillende soorten dieren en planten nodig hebben om veerkrachtig te blijven.

Variatie is evolutionair normaal
Vanuit evolutionair perspectief is het logisch dat mensen verschillend zijn.. Groepen overleven beter wanneer er:
-
Mensen zijn die risico nemen
-
Mensen zijn die detail zien
-
Mensen zijn die patronen herkennen
-
Mensen zijn die sociale signalen scherp aanvoelen
-
Mensen zijn die diep en langdurig kunnen focussen
Geen enkele groep floreert bij uniformiteit. Wat wij “neurodivergent” noemen, past binnen die natuurlijke variatie. Het is geen nieuwe ontwikkeling. Het is geen moderne afwijking. Het is een zichtbaar geworden verschil in onze samenleving en binnen de organisatorische systemen dat minder flexibel is geworden.
Wanneer veranderde de blik?
In de afgelopen 150 jaar veranderden onze systemen ingrijpend. Door de industriële revolutie ontstonden organisaties die gericht waren op: efficiëntie, meetbaarheid, standaardisatie, controle, voorspelbaarheid, hiërarchie. Later namen scholen, zorginstellingen en overheden deze manier van denken over. Er ontstond impliciet een norm van:
- De ideale leerling.
- De ideale werknemer.
- De ideale cliënt.
Rustig. Planmatig. Sociaal soepel volgens vaste codes. Goed in langdurige lineaire focus, passend binnen hokjes. Vanaf dat moment werd variatie sneller gezien als afwijking. Niet omdat mensen veranderd waren. Maar omdat systemen gestandaardiseerd en smaller werden in wat ze als passend beschouwden.

Niet het individu is anders
Wanneer iemand vastloopt, kijken wij niet alleen naar het individu. We kijken ook naar het geheel:
-
Hoe is dit gezin georganiseerd?
-
Hoe is deze organisatie ingericht?
-
Welke ongeschreven regels spelen hier?
-
Welke prikkels zijn continu aanwezig?
-
Welke verwachtingen worden impliciet gesteld?
In veel gevallen blijkt de spanning te ontstaan in de interactie tussen een natuurlijk zelf, brein en zenuwstelsel met een systeem dat weinig ruimte laat voor variatie. Dat maakt iemand niet defect. Het maakt zichtbaar waar afstemming ontbreekt. Daarnaast ontstaat er spanning doordat het het brein en zenuwstelsel vaak te scherp is afgesteld op gevaar., hetgeen ook stress oplevert in contact met andere mensen.
Systemen zijn anders gaan kijken
Families, scholen, organisaties en de GGZ zijn in de loop van de tijd steeds meer gaan werken met classificaties en categorieën. Dat heeft voordelen gebracht: erkenning, ondersteuning, taal. Maar het heeft ook iets anders gedaan. Het heeft verschil verplaatst van het systeem naar het individu. Waar vroeger sprake was van diversiteit in rollen, taken en temperament, spreken we nu sneller over stoornissen en diagnoses.
Wij erkennen dat sommige mensen echt lijden ervaren. Dat nemen we serieus. En tegelijk plaatsen we dat lijden altijd in context. Want geen enkel brein functioneert los van zijn omgeving. Het is belangrijk om zowel individueel, relationeel als systemisch naar mensen te kijken.
Wij werken vanuit een ander vertrekpunt, een ander paradigma:
- Variatie is biologisch normaal.
- Relaties & Systemen kunnen verkrampen.
- Spanning ontstaat in de relatie daartussen.
Dat betekent dat coaching niet begint met “wat is er mis?”, maar met “hoe is het systeem ingericht en hoe ben jij daar op gaan reageren?”. Dat kan gaan over: Werkstructuren, Teamdynamiek, Familierollen, Prikkelbelasting, Communicatiestijlen, Culturele normen. Wanneer de omgeving verandert, verandert vaak ook het functioneren.
We gaan dus individueel, relationeel en systemisch aan de slag.
"Door de grote mate van sensitiviteit van Jan-Pieter kan hij meevoelen en hierdoor op een verdiepend niveau reflecteren"
Pascal